dinsdag 8 september 2015

Mensen die ik gekend heb - solorepetitie met Ben Smit


Het bewerken van mijn eerste versie van Mensen die ik gekend heb (naar verhalen van Jan Fabricius) nadert zijn einde. Vandaag met Ben Smit en Betsy Torenbos de intro in Dorset (1960) gelezen:

Jan (nadenkend; staat op. Begint weer danspasjes te maken, Engelse wals):
‘Ja, misschien is dat wel wat.
Geen autobiografie.
Maar een boekje.
Niet over mezelf.
Een boekje met korte verhalen.
Over de mensen die ik gekend heb.’

Alina:
‘“Ik word ik in het aangezicht van de ander.”
Bedoel je dat soms?’

Jan: ‘Bedoel ik wat soms?’

Alina:
Wat de filosoof Levinas beweert: dat niemand tot zichzelf komt zonder de ander!’

Jan: ‘Zo, beweert die Levinas dat?’

Alina:
‘Ja! Of minder filosofisch: met wie je omgaat, zegt veel over wie je bent!’

Jan (nog twijfelend): ‘Haha, ja, zo zou ik het zeggen: Wie met pek omgaat…’

Verder heb ik in het begin van de vertelling de haan (de schakel met Cleveringa) prominenter naar voren gehaald:

Jan: ‘Toooktoktoktok, toooook[G1] …’

Alina:
‘Jan? Jan? Wat is er?
Moet ik het raam weer open zetten?
Wil je een glas water?’

Jan:
‘Cleveringa!
Ik zag dat stuk grasland voor me…
En ineens…
…is daar die haan weer!’

Alina: ‘… die haan!!!???’

Jan:
‘Ja, haan!
Mannelijke kip!

Daar…
Met statige steltpassen stapt hij de tuin in.
Een majestueuze kam kroont zijn loerende kop!
Vuurrode kin- en oorlellen.
Vlammende sierveren omkragen de hals!
Een groot en trots beest!’

Alina: ‘Maar wat heeft die haan met Cleveringa te maken?’

Jan:
‘Cleveringa? Ik weet zijn voornaam niet eens meer.


Daarop volgde het werk aan fragment 4, over Cornelis (Bandoeng, 1898), een in Nederland geboren Indo, wiens grootste wens was Nederland ooit weer te mogen zien. Cornelis is omgewerkt tot een vertelversie:

Jan:
'Maar toen de Soemba, de mailboot, in Rotterdam moest aanleggen, het was het stormjaar 1898, toen was het zo smoesterig….
 Alina:
‘Wat een woord. Net als met Wie kriegt störm (of règen) as de maone nen balk in de bek hef"’
 De vloed weêrstreeft den wind, de winden, aan het hollen,
Omwentelen de vloed, en doen de golven rollen.” 
(Joost van den Vondel, Het lof der Zeevaart.

Als laatste stond vandaag dan Cleveringa (Tjimahi, 1904) zelf op het programma. Het stuk begint zijn hoogtepunt te naderen. We zien de ter dood veroordeelde in zijn cel:

Cleveringa: 

'De binnenplaats.
Één groot vierkant, tussen vier witte, blinde muren, een  klein vierkant gat in het plafond.
Ik kijk omhoog. De hemel in.
Daar, een vogel.
Wanneer het zover is – en dat weet ik zeker -,
op de dag dat het zover is
dan vliegt daar boven weer een vogel.
Wanneer het zover is, vliegt daar boven niet zo maar een vogel.
Dan vliegt daar een adelaar.
Trots!
Met een paar machtige slagen van zijn majestueuze vleugels
zeilt hij op de wind de hemel in.
Buiten het bereik van iedereen.
Die adelaar vlieg ik achterna.
De wijde, hoge luchten in.
Ze zullen het zien.
Wanneer het zover is.'


Voor volgende week dan nog De Asser jongen en De Jongeman (waarin Julia na het moment supreme met haar Romeo door haar buurman opgegeten wordt). 



Rest nog die kwestie met die haan.




maandag 7 september 2015

ROODPALEIS - Mensen die ik gekend heb van Jan Fabricius

ROODPALEIS anno 2015
Alina Kiers, Betsy Torenbos, Ben Smit en blogger

Vorige week was de eerste repetitie van Mensen die ik gekend heb - een voorstelling van ROODPALEIS rond de verhalenbundel van die naam van Jan Fabricius en diens autobiografische notities uit Een Asser jongen.

Een enigszins moeilijk grijpbare man, die Jan Fabricius. In zijn geschriften is het bijna altijd tongue in cheek. Komt dat omdat hij zo lang in Engeland geleefd heeft? Of is het toch meer, omdat hij als theaterman ten lange leste niet die erkenning heeft gekregen op welke hij gehoopt had? Tussen 1900 en 1920 was hij samen met Heijermans de meest gespeelde auteur op de Nederlandse podia. 
Betsy Torenbos
hart en ziel van ROODPALEIS

Tijdens het lezen van ons nieuwe stuk (waar ik nog altijd aan verder werk) duiken Betsy Torenbos, Alina Kiers, Ben Smit en ik dieper in de verhalen van deze 'reus', zoals zijn beroemde zoon Johan hem noemde. Juist dat ongrijpbare krijgt door dat dieper graven aldoor meer fascinerende facetten. Vooral zijn humanistische kijk op het leven.

Zeker, Fabricius houdt ervan grappige verhalen te vertellen. Maar wanneer de duistere zijden van het leven ter sprake komen, dan raakt hij. Zoals bij Cleveringa, een jonge soldaat die geëxecuteerd wordt, puur en alleen om een voorbeeld te stellen. Fabricius was er die ochtend bij, in Nederlands-Indië.    

Morgen hebben we de tweede leesrepetitie in De Nieuwe Kolk. Ik zie er naar uit. 

Instant Slauerhoff - Eerste luik: erotiek

Na afloop: vlnr Hans Croiset, Betsy Torenbos,
Guus Slauerhoff, Greetje Bijma
foto: Sake Elzinga

Gisterenmiddag in De Nieuwe Kolk Assen - het eerste uit het drieluik Instant Slauerhoff: Erotiek. Indringende performances van Greetje Bijma, Betsy Torenbos en Hans Croiset rond veertien nieuwe doeken van Guus Slauerhoff. Plus een wit canvas waarop de kunstenaar in zijn atelier aan het werk te zien is. Drie kwartier lang de focus op elkaar reagerende kunsten. Een impressie aan de hand van foto's van Sake Elzinga en Bert Jippes.

Greetje Bijma en Guus Slauerhoff
foto: Sake Elzinga
Greetje Bijma
foto: Sake Elzinga

 

Betsy Torenbos
foto's: Sake Elzinga

foto: Bert Jippes
Hans Croiset
foto: Sake Elzinga
foto: Bert Jippes

De vier vooraf - een kiek door mij

Het tweede uit het drieluik Instant Slauerhoff (Thema: Geweld) vindt plaats op zondagmiddag 27 september 2015 in de Bruningzaal van Warenhuis Vanderveen, Assen. Dan met Jojanneke Vanderveen (zang), Marijke Mulder (viool) en Egbert Hovenkamp (woord). Vanaf 13 uur. Toegang gratis; vrijwillige bijdrage mag.

vrijdag 4 september 2015

Instant Slauerhoff; komende zondagmiddag in De Nieuwe Kolk Assen; met performances van Greetje Bijma, Hans Croiset en Betsy Torenbos

Guus Slauerhoff tijdens het inrichten van de Rabozaal
in De Nieuwe Kolk Assen

Instant Slauerhoff is een drieluik waarin Guus Slauerhoff nieuw werk toont in een multidisciplinaire context. Slauerhoff wil hiermee ontsnappen aan conventionele toentoontstellingconcepten. 

Greetje Bijma en Alan Laurillard
ten tijde van Up There (1989)
mijn eerste grote project

Instant Slauerhoff is een performance die in aanwezigheid van publiek de prima vista reacties op dit werk toont van acteurs, dansers, musici en schrijvers. 

Zondagmiddag 6 september kan het publiek het werk bekijken in de Rabozaal van De Nieuwe Kolk Assen. De zaal gaat open om 13 uur. 
Toegang is gratis, tegen een vrijwillige bijdrage zeggen we geen NEE. 

De aanvang van de performances is om 14u. 


Hans Croiset

Komende zondag zijn de deelnemende kunstenaars: Greetje Bijma (stemkunstenares), Hans Croiset (woord), Betsy Torenbos (beweging). Het thema van het eerste luik is: Erotiek.

Betsy Torenbos tijdens De Materie van Louis Andriessen

In mijn eigen woorden: 'Het lijden aan het bestaan is in Slauerhoffs werk bijna alom een archetypische aanwezigheid. Uniformiteit is daarin een terugkerend element met een negatieve connotatie. Slauerhoff zet zich af tegen het concept van de maakbaarheid van de wereld. Die heeft voor hem een onvermijdelijke dood tot gevolg.'

Instant Slauerhoff valt onder de stichting Cultureel Hart Assen.


dinsdag 18 augustus 2015

Werkmantentoonstelling - Jan Bouws


Het is alweer twintig jaar geleden dat de opera Ontstaan in grote nood over de laatste vijf levensjaren van Hendrik Nicolaas Werkman in de Stadsschouwburg vijf keer een volle zaal trok. De opera was de eerste samenwerking tussen Gerard Ammerlaan (1952 - 2012) en mij. Vandaag was Jan Bouws - toenmalig regisseur van de opera - in Groningen voor de Werkmantentoonstelling in het Groninger Museum. Reden om bij te praten en om - vanzelfsprekend - samen op de foto te gaan. 

woensdag 8 juli 2015

Old tin pan bij Ezra Pound

Ezra Pound (1913)

Gisteren herlas ik Cino van Ezra Pound (1885-1972) in de door T.S. Eliot (1888-1965) ingeleide bundel Selected Poems (1928). Een bundel die ik overigens mocht kopen voor een Rand en een ei in Clarens (Mpumalanga, SA). 

Terwijl ik de polemische inleiding van Eliot las, schoot me de hele tijd die ene zin uit Dylan's Desolation Row door het hoofd: 'Ezra Pound and T.S. Eliot fighting in the captain's tower!' Een zin die ik na lezing van die inleiding niet meer snap. Waarom 'vechtend?' Eliot wurgt Pound bijna in zijn respectvolle omarming. Hij hanteert de dichter en vertaler Pound als de geslepen bijl waarmee hij de afwijkende meningen van andere commentatoren tot aanmaakhoutsnippers verhakt. 

Thomas Stearns Eliot (1934); foto: Ottoline Morrell

Cino verscheen voor het eerst in Pound's bundel Personae (1908). Eliot's keuze voor de Selected Poems is bepaald door die gedichten waarvan hij vindt dat ze de weg banen naar Pound's grote werk, de Cantos. Cino is één van zijn hertalingen van dertiende eeuwse Italiaanse dichters. Ik kwam aan de strofe:

Pollo Phoibee, old tin pan, you
Glory to Zeus' aegis day,
Shield o' steel blue, th'heaven o'er us
hath for boss thy lustre gay.   

Dat 'old tin pan' had ineens mijn aandacht. Ik ken Old tin pan alleen uit de muziekwereld. Tin Pan Alley was een buurtje in Manhattan waar zich tijdens de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw muziekproducenten vestigden. 


Ik wist van de actie van Pete Townsend om de Londonse Tin Pan Alley, de 12 Bar Club op 26, Denmark Street, voor de sloop te bewaren. Wat doet een vroeg éénentwintigste eeuwse mens in zo'n geval? Juist, hij gaat surfen. Ik beland op narkive.com (news archive) en vind daar een negen pagina's tellende discussie juist over deze strofe. Een zekere Marius Hancu vroeg zich acht jaar geleden af wat dat old tin pan nu betekende en wat het hier moet. 
De algemene mening van degenen die reageerden is dat old tin pan het geluid van een krakkemikkige piano is. Want in dat buurtje van Manhattan waar zich rond 1890 al die muziekproducenten vestigden kon je uit bijna elk huis pianoklanken horen, wat nogal een kakofonisch effect had. Maar waarom scheepte Pound dan Apollo op met dat epitheton old tin pan? Voor wie de discussie in alle rust wil lezen is hier de link:

http://alt.usage.english.narkive.com/xnaYH4ow/old-tin-pan.

Zelf hou ik het voor nu op de reactie van een zekere John Dean uit Oxford:

'"Pollo Phoibee" may be a pun on 'polyphloisbic' meaning 'loud roaring' which
may be an epithet used of Apollo and tin pans make a loud noise if rattled.
Like George Bush.

Reading all your quotes over the last few days I'm coming to the conclusion
that Pound was taking the piss. When he wasn't fighting in the Captain's
tower with Eliot.'


Ezra Pound! Het lezen van zijn gedichten vergt wat doorzettingsvermogen. Je moet een beetje achtergrondkennis hebben, dan wel verwerven. Het helpt bijvoorbeeld om enige weet te hebben van de betekenis van 'aegis.' Maar is dat niet vaak zo bij grote kunst? En dat is geen helaas. Integendeel. Twee (of drie) keer aandachtig lezen, luisteren of kijken, levert (drie-)dubbel plezier op. En daarna elke keer weer opnieuw.   

maandag 6 juli 2015

Festival der Aa 2015: Midzomernachtsdroom - buikpijn van het lachen

vlnr: Tessa Friedrich (??), Yorrick Zwart (Philostratus, ceremoniemeester van Theseus), Maxime Vandommele (Hippolyta), Koen Wouterse (Theseus)

Dat Shakespearestukken een enorme vaart kunnen ontwikkelen en dat ook zijn tragedies tot dolle pret kunnen leiden, dat mocht ik in 1968 beleven als veertienjarige Rolducien bij Romeo & Juliet van Zefirelli. Maar wanneer je bij Shakespeare's tragedies al zoveel te lachen krijgt, hoe zit dat dan met zijn komedies? Bij De Midzomernachtsdroom in de vertaling en regie van Koos Terpstra moet je de zakdoek lenen van je buurvrouw op de tribune. Met name Fabian Jansen schittert in het tussenstuk Pyramus en Thisbe als Nicolaas Achterwerk en later als geliefde met ezelskop van Titania, de elfenkoningin. 
Maxime Vandommele (Titania), Fabian Jansen (Nicolaas Achterwerk), Yorrick Zwart (Robin Goeiegast)
foto: Reyer Boxem

De kolder viert bij tijd en wijle hoogtij in dit stuk, qua taal en actie. Het wordt zo gek niet of je gelooft het. De vormgeving is minimaal, maar uiterst effectief. In twee uur tijd raas je door een stuk dat zijn weerga nauwelijks kent in zijn volstrekt absurde verhaallijn. Daarbij verstaat Terpstra de kunst om elk woord van Shakespeare's taalpracht in diezelfde razende Roelandvaart als een fonkelend sterretje aan het midzomernachtfirmament te prikken. Ja, je moet een beetje bij de les blijven, blijven luisteren, maar dan heb je ook nog wat om straks mee naar huis te nemen. De muzikale intermezzo's zijn een effectief anachronisme met als klapstuk de slotdans in Bollywoodstijl (hoewel een 78-toeren Volendam ook niet ver weg lijkt). 
Bollywood in Shakespeare (foto: Reyer Boxem)

Een mens krijgt soms de tijd niet om bij te komen. Wat een verrukkelijke zomeravond daar in de weide op De Esch bij Schipborg. 
Van alle tijden, van alle streken (1998) 
vlnr: Diane Verdoodt (Clenebejach), Anton Saris (Koning Nobel); Esther Been (Koningin Nobeline; vergelijk het pakje met hierboven Tessa Friedrich); Pedro Ormazabal (Carcofas).

Klein detail: het oranje mantelpakje van Pieter Paal. Ik kijk in de medewerkerslijst aan deze PeerGrouPproductie: inderdaad: de kostuums zijn van Aafje Horst. Dat mantelpakje is in 1998 nog gedragen door koningin Nobeline uit mijn Van alle tijden - van alle streken (de Reinaert-opera van de stichting Aa).

  

woensdag 17 juni 2015

Worp en Wederworp - 26 interviews met Misha Mengelberg


De kleine uitgeverij Huis Clos is meer dan een speeltje van vormgever Piet Gerards met zijn vaste zij-mannen Ben van Melick en Jo Linssen. Sinds mensenheugenis brengt Huis Clos kunstzinnige uitgaves over van alles en nog wat wat off- en -off-off-broadway plaatsvindt in de kunstenwereld: mooie uitgaves, functioneel en noodzakelijk. Van Gogh off broadway? In combinatie met Antonin Artaud wel!

Maar goed. Worp en Wederworp - 26 interviews met Misha Mengelberg bijeengebracht door Erik van den Berg - is onlangs verschenen. Worp en Wederworp werpt een scherend licht op de verbaal en vaak muzikaal ongrijpbare Instant Componist en grondlegger van de Nederlandse geïmproviseerde muziek. Want wist u dat Dave Brubeck niet op zijn vingers kon fluiten? Mengelberg wel. Mengelberg kon zelfs blaffen. Ik zie hem nog eind jaren zeventig onder de vleugel in Hotel Maastricht kruipen, jankend, terwijl Han Bennink met keien de parketvloer te lijf ging. 'Wat heeft dit met muziek te maken?' vroeg de dienstdoende gerant zich af. Je zag in 's mans gezicht vertwijfeling of hij nu niet ter plekke de hermandad te hulp moest roepen.
De interviews in Worp en wederworp roepen herinneringen wakker aan de vele concerten van deze geniale musicus: solo, met Bennink en met de Instant Composer's Pool. De muziek van de ICP werd in de loop der jaren kunstzinniger en verfijnder. Dat begon met de Herbie Nicols-projecten. Maar bij de adaptaties van Duke Ellingtons werk straalde de splendor van Mengelbergs genie bijna oogverblindend. De muziek was misschien niet meer zo agressief tegendraads, maar daarom in zijn wringende harmonieën juist zo verbazingwekkend. Muziek die er toe doet! Grootse muziek, tegelijk pakkend en ongrijpbaar voor de luisteraar.
Bij deze ook nog een commentaar van Tom Klaassen bij de VPRO. http://www.vpro.nl/speel.POMS_VPRO_1056081.html


Misha Mengelberg bekijkt het eerste exemplaar van Worp en Wederworp

Nu ik dit schrijf denk ik aan Derek Bailey, die zich al begin jaren negentig door Mengelberg in de steek gelaten voelde. 'Hij werkt met een notenblad', gromde Bailey, toen ik hem in 1992 van Schiphol afhaalde voor twee concerten op de ZomerJazzFietsTour. Hij kwam net uit Tokyo en ergerde zich aan Mengelbergs Ellington-project.


Het was al tegen de avond dat ik Bailey en zijn toenmalige vriendin het Groninger platteland op chauffeerde. Ik vroeg hem of hij de prachtige weidsheid van het land wist te waarderen. 'May be we should discuss this after we've had a proper meal', mompelde hij. Hij omklemde de gitaarkoffer als een drenkeling een stuk wrakkout. Bij café Hamming in Garnwerd troffen we gelukkig de slagwerker Tony Oxley. Het gemoed van Bailey klaarde op. De twee oude broeders in het muzikale kwaad aten en dronken samen, waarna alles weer koek en ei leek. Ik bracht beide mannen naar de Zijlsterhoeve voor de overnachting. De volgende ochtend rond zes uur hoor ik hoe in mijn kantoor de werktelefoon rinkelt. Ik kruip uit bed, neem op. Bailey! Met onderdrukte paniek in zijn stem. 'Jo, haal me hier weg. Anders heb je geen concerten vandaag. De stilte hier maakt me gek. En het plafond is veel te laag.' Stante pede reserveerde ik een van de rumoerigste kamers in Groningen in Hotel De Doelen, zijde Grote Markt. Bailey speelde met Oxley in de kerk van Warfhuizen de sterren van de hemel. Rond de 20 festivalbezoekers zaten daar met gesloten ogen als in trance met hun koppen tegen de kerkbanken gedrukt. Ik ben erbij gaan zitten en was voor twintig minuten ongrijpbaar.    
    

dinsdag 16 juni 2015

CCone kick of in De Nieuwe Kolk in Assen, 15 t/m 17 juni 2015

Betsy Torenbos met Nico Vanderveen

Cultuurproducenten, onderwijsinstellingen, universiteiten, overheden, film- en televisieproducenten, creatieve industrie, erfgoed en zakenwereld wisselen tijdens een internationale conferentie van ideeën over producties, samenwerkingsvormen en fondswerving. CCone - Culturual connection of Northern Europe - een initiatief van Johan de Noord wil met deze internationale conferentie bewerkstelligen dat cultuur- en kunstmakers elkaar ontmoeten. Maar ook dat ze beleidsmakers ontmoeten uit andere landen en mensen uit het zakenleven. Je moet tenslotte ergens beginnen, wanneer je de grote wereld in wil. 

Het deelnemersveld is groot op deze eerste dag. Een kleine, ik vrees niet volledige opsomming: Het Houten Huis, Oerol, Tocht om de Noord, Hunebedcentrum, Vanderveen Warenhuis, Tryater, Zoo Emmen, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, CBK Drenthe en het Hunebedcentrum. Van buiten Nederland zijn het Litouws Theater-, muziek- en filmmuseum en de Noordzeevoedsel culturele route uit Duitsland present. De aanwezige overheden komen uit Drenthe, Groningen, Friesland, maar ook uit de verschillende regio's van Denemarken, Noorwegen, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.



Ik ben maar een halve dag aanwezig bij dit evenement. Juni is een drukke schrijfmaand. Ik werk aan het nieuwe stuk voor ROODPALEIS en boks met Berger (werktitel van mijn nieuwe roman). Samen met Betsy Torenbos presenteer ik tijdens een pitch ROODPALEIS en met name de voorstelling Onder één dak. We willen deze voorstelling graag ook in Duitsland spelen. 

Het is jammer dat er weinig 'makers' uit het buitenland zijn, maar de sfeer doet me desondanks denken aan de vroegere NewOp meetings (een internationale webring van onafhankelijke eigentijds muziektheaterproducenten van over heel de wereld). 
Een foto die ik genomen heb tijdens de laatste NewOp Barcelona (2003). Helaas weet ik de namen niet meer van de man links. Naast hem staat een zekere Pao, een Baskisch componist met wie ik in de Raval ben doorgezakt, Nina Krohn (schrijver uit Noorwegen), David O'Brien, componist en Mette Kaaby uit Oslo, operaproducent.

Betsy is ook vandaag aanwezig. Ik ben benieuwd naar haar verslag. Van de pitchen van andere organisaties sprong bij mij vooral die van De Tocht om de Noord in het oog. Bondig, enthousiast, wervend in twee minuten tijd. Ik zie afnemers al aanschuiven,  
  

De kant van Oosterhouw

Suzanne Rohde Dohle - één van de initiatiefnemers van De Kant van Oosterhouw

Één van de dingen waar je als lezer aan lijdt wanneer je À la recherche du temps perdu van Proust helemaal gelezen hebt - en dan ook nog zoals ik in het Frans - is dat je er bijna met niemand over praten kunt. Daar kwam afgelopen vrijdag, 12 juni, verandering in. Zes fervente Proustlezers die samen een kring vormen om aan bovenstaand lijden een einde te maken, besloten om voor één keer hun kring uit te wijden. Ze stuurden gerichte uitnodigingen in het rond voor een dag Prousten onder het genot van eten uit La Cuisine Retrouvé en drank en lezingen. 


Oosterhouw
Het was een aangename en prikkelende zonnige dag in de notariswoning in Leens, Oosterhouw, waar vroeger de grote dichter Cor Jellema woonde. Nu wonen er Klaas Noordhuis (tuinontwerper) en Hans Christiaan Klasema (toneelbeeldvormgever voor o.a. Toneelgroep Amsterdam en De mug met de gouden tand). 
Lezing - Le Bal de têtes

Proustiaans uitwijden over deze dag, daarvoor ontbreekt me nu de tijd. Maar van één ontdekking wil ik hier gewag maken: hoe heerlijk is het om Proust voorgelezen te krijgen. Je ogen hoeven zich niet een weg te zoeken door de lange labyrintische zinnen. Daardoor kun je je aandacht volledig concentreren op al die verrukkelijkheden die Proust je zin na zin voorschotelt: taalkunst, azijnzeikerij, het te kakken zetten van de adel, de nouveaux riches, zijn onverholen scepsis ten opzichte van vooraanstaande medici, de natuurbeschrijvingen, zijn obsessies met homosexualiteit, zijn ziekelijke jaloezie, maar ook verrassende metaforen en niet in de laatste plaats het wakker roepen van je eigen herinnering. Toen ik Proust las had ik vaak Vorspiel und Liebestod van Wagner zacht op de achtergrond spelen. De twee gingen geweldig samen: het voortdurend moduleren van Wagner op de ene fraaie muzikale zin na de andere paste precies bij wat Proust in de taal doet: doormoduleren zonder de verlossing te schenken van dat ene oplossende akkoord. En wanneer het dan eindelijk komt is het niet dat akkoord dat je verwacht had. Maar je bent wel klaargekomen. 
Wanneer verschijnt er luisterversie? Ik denk dat Proust dan grote kans maakt van een heropstanding.