Posts tonen met het label Gerard Reve. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gerard Reve. Alle posts tonen

vrijdag 26 oktober 2018

ROODPALEIS op Zolder in het AZC Assen en thuis bij ons





Afgelopen maandag en dinsdag was ons plan (van Betsy Torenbos en mij) om theaterworkshops te geven aan kinderen en jongeren van het AZC in Assen. Was het plan? Ja, want maandag zijn we naar het AZC zelf gegaan om daar een open inloop workshop te doen. Binnen een kwartier hadden we meer dan 30 kinderen om ons heen, variërend in leeftijd van drie tot vijftien jaar. Dan ga je gewoon tekenopdrachten geven: teken de vlucht van waar je vandaan komt, naar hier, naar Assen. Of teken de liefste plek waar je vandaan komt. Vooral de jongsten onder hen wisten niet meer van stoppen met tekenen. 






Voor de dinsdag zijn we met vijf jongeren uit Syrië, Iran en Turkije in onze eigen ruimte in De Nieuwe Kolk echt aan de slag gegaan. Samen hebben we een kleine scène gebouwd en gespeeld. Als toetje op de workshop kwam Harry Cock langs om de scène vast te leggen én om van elk van de deelnemers een portret te maken. Wat een twee heerlijke dagen. Een feest voor je gemoed en motivatie van wat je doet. Je vraagt je soms af - samen met de oude volksschrijver oom Gerard: waar hebben we het aan verdiend? 

maandag 20 november 2017

Brieven aan mijn zus - debuut van Harry Poelman bij uitgeverij Pharos

Harry Poelman signeert in zijn huis in Loppersum

De flap van Harry Poelmans debuut Brieven aan mijn zus (Christa) vertelt precies wat je kunt verwachten van de 200 brieven die zijn opgenomen in deze bundel. Taal en de ietwat ouderwetse stijlzuiverheid doen me soms denken aan de brieven van Gerard Reve. Ook al zoekt Poelman niet zoals wijlen onze volksschrijver (door Nanne Tepper steevast oom Gerard genoemd) aldoor de dieptes op van onze worstelingen met onze demonen, toch ontkom je er niet aan dat de luchtigheid waarmee Poelman het dagelijkse leven in en rondom het huis in Loppersum vastlegt iets heeft van een heuse bezwering. Elke brief is weer als één van de vele vogels in zijn tuin die 's ochtends opstijgt om zich te verbazen over de wereld. En om in zijn verbazing zichzelf en zijn zus voor even te doen vergeten dat ook aan vogels het koordje van de vergankelijkheid trekt.



vrijdag 30 oktober 2015

Kwansuis, zeldertocht en Tytgat


Literatuur is er ook om mee te spelen. Ik lees De komst van Joachim Stiller (1961) van Hubert Lampo (1920-2006). Binnen een paar pagina's struikel ik over woorden en namen die ik niet ken. Nog geen twintig jaar geleden rukte ik dan de bibliotheek uit zijn voegen voor de Winkler Prins, nu tik ik twee maal liefkozend op mijn OPO en de parate weetjes vliegen over het scherm. 

Kwansuis betekent zoveel als quasi, doende alsof, is verouderd Nederlands-Vlaams maar komt nog voor in het Afrikaans (konsuis). 

Edgard Tytgat - Een dramatisch gebeuren (1953)

Edgard Tytgat (1879-1957) was een expressionistisch Brussels schilder, wiens werk mij - ik heb het vluchtig bekeken - aan Gauguin, Munch en aan Werkman (de vormen van de figuren) doet denken.
Zeldertocht is één van die weinige woorden die google niet vindt. Wie wel?
Hubert Lampo bij een frietkot op de Grote Markt in Antwerpen (1982)

En ja, ik beleef ook plezier aan het verhaal. Zo nu en dan zitten Lampo's stijl en wat landerige, jolige toon me wat in de weg. Toch grinnik ik uiteindelijk bij zijn zucht om 'urinoir' aldoor anders te benoemen: 'onmisbaar sieraad van de openbare weg', 'nuttig monument', 'oord van inkeer ... om het plengoffer aan de beperktheid van onze menselijke staat te brengen', 'het Vespasiaans hokje', 'het kleine caroussel' en gelukkig ook zoiets als 'het plashoekje.' Reve  beperkte zich later - in de kakbrief aan Simon en Tineke Carmiggelt - bij de omschrijving van de wc tot één metafoor: 'het aanrecht van de alternatieve keuken.'

Lampo was op het einde van zijn leeftijd overigens nogal verbitterd over het feit dat nauwelijks iemand hem nog las. Maar was hij in dat lijden in slecht gezelschap? Wie leest er nou nog Reve?

donderdag 5 januari 2012

Aankondiging van gewoon het einde van de wereld



Het gaat dan toch gebeuren: Gewoon het einde van de wereld. Niet in Nederland - want daar gebeurt volgens Heine alles pas vijftig jaar later - maar in Brussel. Waarom is dat Gewoon het einde van de wereld hier het vermelden waard? Omdat Jean Luc Lagarce een van de meest gespeelde theaterschrijvers in het Franse taalgebied is? Vanzelfsprekend, ja! Maar ook omdat er nu een stuk gespeeld wordt, dat vertaald is door Theodoor Rypma - afkomstig uit Greonterp - Blauwhuis. Rypma - die in Groningen Frans studeerde - is begin jaren negentig verhuisd naar Luik, daarna naar Brussel. Een Vlaamse Fries dus? Of een Friese Vlaming?

Veel gedachten over tal van toevalligheden bespringen me ineens. Het zal wel de ouderdom zijn. Maar wie Nader tot U van Gerard Reve gelezen heeft, zal zich beslist het schitterende gedicht Graf te Blauwhuis herinneren. Voor wie van toevallen houdt: de datum (8 februari 1945) waarop de razzia plaatsvond waar hier sprake van is, is interessant. Op de dag dus van de razzia dat de jongen met het 'bedrukt en stil gezicht. Een kind nog.' - overigens ook een Rypma, Gerrit genaamd - niet meer ontkwam, keerden Fie Werkman samen met haar man Siep van den Berg Zee terug uit Groningen, waar Fie haar vader Hendrik voor het laatst levend gezien heeft. Een paar dagen later werd Hendrik Nicolaas Werkman gearresteer. Op 10 april 1945 volgde de executie in de bossen bij Bakkeveen. 

Theodoor Rypma herinnert zich dat toen hij nog een schoolgaande jongen was, de kinderen van Greonterp nogal ontzag hadden voor Reve's huis - Huize Het Gras - in Greonterp. Want in dat huis stond een doodskist (lees ook Een Circusjongen). 



Gewoon het einde van de wereld is de eerste vertaling van de hand Theodoor Rypma. 6 januari 2012 gaat het stuk in première in Zaal De Markten in Brussel en speelt daarna nog vier keer. Laatste voorstelling 14 januari.Yves van de Boogaart tekende voor de regie. Ik ga de voorstelling op 13 januari zien.