zondag 16 september 2012

Oude Man en Ifee Opening De Nieuwe Kolk 22 september 2012

Sarah Pelupessy, Jaap Maarleveld,
Betsy Torenbos, Maartje van de Wetering
 
Zaterdag 22 september 2012 wordt De Nieuwe Kolk in Assen in bijzijn van Prinses Magriet officiëel geopend. ROODPALEIS vormt met De Oude Man en de Ifee een onderdeel van het openingsprogramma.
Gisteren (15-09-2012) was de eerste repetitie in de Rabo Zaal met Sarah Pelupessy (voorleeskampioen), Maartje van de Wetering (NNT) en Jaap Maarleveld (o.a. Noordercompagnie en Okkie Trooy, Kruimeltje en Baantjer).  
 
 
 
De Oude Man en de Ifee is een theaterbewerking van het moderne sprookje van Chris Vegter. Ineens staat alles stil, maar komt langzaam weer in beweging. En voordat je er erg in hebt is de oude man  misschien een prins en de Ifee alweer verdwenen.
 
Betsy Torenbos, Maartje van de Wetering
 

donderdag 13 september 2012

Meine Bienen - Eine Schneisse

 
Händl Klaus (auteur) en Nicolas Liautard (Franse regisseur die geen Duits verstaat)
 
Tijdens de Salzburger Festspiele heb ik de laatste voorstelling bezocht van Meine Bienen - Eine Schneisse. Een stuk van de Oosttiroler Händl Klaus en de al even Tiroolse componist/bandleider Andreas Schett.
 
Brigitte Hobmeier, André Jung, Stefan Kurt, David (Miltener Sängerknabe)
 
Het is moeilijk om niet met bakken met modder naar dit stuk te gooien. De € 45 kostende abominabel slechte zitplek in het Landestheater heeft zeker een grote rol gespeeld in de geringe appreciatie van wat er zich op het podium en in de orkestbak afspeelde. Ver ver ver van het speelvlak verwijderd in een claustrofobische zitrij had ik mijn knieën van de benen moeten zagen om de zeven kwartier die de voorstelling duurde (zonder pauze) enigszins uit te houden. Ik was niet de enige. Op momenten van stilte hoorde je om je heen alleen maar het gekraak van de krakkemikkige houten stoeltjes waar rond de twee honderd andere bekochten zich in bochten zaten te wringen om krampen, hernia's of erger te voorkomen. Daar kwam bij dat de voorstelling geen theaterstuk wilde zijn. Het was totaaltheater, allermodernste opera, muziektheater zoals dat vanaf nu af aan altijd zal worden gespeeld. Om dat gezang - Andreas Schett heeft zich voor zijn composities gebaseerd op de Jugendlieder van Alban Berg - voor ons aardbewoners begrijpelijk te houden, was er een lichtbak opgehangen voor ondertiteling. Maar wel pas leesbaar vanaf € 90 per zitplek. Voor de lichtbak hing ook theaterlicht, waardoor de teksten niet of nauwelijks leesbaar waren.
 
 
Maar terug naar de geserveerde theaterkrimi. Een bos is afgebrand, het is duidelijk dat het vuur moedwillig is aangestoken.  Een inspecteur van de politie onderzoekt het geval. Voor het publiek is duidelijk dat iedereen schuldig is: iedereen heeft roet aan de handen. 
Dat de dialogen bijna niet te volgen zijn, is een bewuste keuze van de auteur. De teksten zijn  willekeurig - zo lijkt het  - opgesplitst tussen de personages. Om dat te benadrukken wordt er heel artificieel geacteerd. Geen enkel moment van identificatie ontstaat. Verwijdert het verhaal zich ook maar één stap van de brand en het who done it? dan blijft het raden naar waar de ongebreidelde geilheid van de vrouw vandaan komt of de jammerklacht van het kind om een vader - het geeft niet welke, als er maar een vader is. 
 
 
De Franui Musicbanda heeft een goede naam, evenals haar leider Andreas Schett. Maar in Meine Bienen pakt de keuze van Bergs Jugendlieder heel slecht uit. De Wiltener Sängerknabe die het stuk zingt, gaat je op de zenuwen. Dat komt omdat de adaptatie van de compositie het expressionistische geweld van Berg mist. Het muziekpalet is vaal, de registerdynamiek bijna overal vlak. Dat het jongetje me het enige moment van ontroering bezorgde, lag aan het feit dat een goede jongenssopraan dat bijna altijd doet.
 
Wiltener Sängerknabe
 
Later lees je dan van alles wat de schrijver en componist en regisseur beoogd hebben. De oude Grieken komen voorbij, (Odysseus, Ajax), Tiroler gebruiken, intenties en extensies, zoals dat het jongetje NATUURLIJK de verzinnebeelding is van de kunstenaar die op zoek is. L'art pour l'art waar Wilders wel raad mee weet. Roemer eist bij zoiets lard pour lard - spek voor spek.
 
 
Maar onze vriendin afkomstig uit het hooggebergte van de Pinsgau - waar zelfmoord bij het leven van alledag hoort - vatte het stuk als volgt in één woord: Kulturwichserei!  
 
Nog welgemoed en enigermate goed gekleed
 
 

Nog even Camille Boitels l'Immediat


Deze blog heeft stil gelegen vanwege de dood van mijn vader en vanwege mijn vakantie. Vlak voor de vakantie zag ik de openingsvoorstelling van Noorderzon: Camille Boitels l'Immediat. Het begin was mega-spektaculair. De spelers/dansers/acrobaten lieten het complete toneelbeeld in elkaar donderen in een poging naar bed te gaan. Een enorme puinhoop aan de meest onwaarschijnlijke attributen ontstond. Deze enorme chaosbult werd in een vijfminutenbezemshow aan de kant geveegd. Ik vroeg me af: wat moeten ze nu nog doen?Dit verbazingwekkende hoogtepunt leek me niet meer te overtreffen. Maar l'Immediat schakelde een tandje lager in het continuum van vallen en opstaan, scheef hangen en weer recht trekken om weer om te vallen en weer op te staan. Een heerlijke voorstelling. Ik hoop alleen dat geen speler iets gebroken heeft.

zondag 29 juli 2012

Essen Gelsenkirchen

Bramme für das Ruhrgebiet
Richard Serra
Schurenbachhalde Esen

Dag drie van onze Ruhrgebiet revisited-trip voerde ons o.a. naar het maanlandschap boven op de vijftig meter hoge steenberg van de mijn Zollverein. Schitterend uitzicht op voornoemde Zollverein en het Tetraeder (viervlak)monument van Bottrop.

Tetraeder Bottrop
Halde Beckstrasse

Het Roergebied is een uitermate groene regio. Hier beneden zicht op de wijk Schüngelberg vanaf de Rungerberghalde.


Op de Rungenberghalde is een lichtpiramide geplaatst, die 's nachts als een ware vuurtoren werkt.




Een liefdesverklaring, maar niet aan een steenberg.


Halde Rungenberg

In 1997 vond op het terrein van de mijn Nordstern de Bundesgartenschau (Floriade) plaats. Dit heeft geresulteerd in een industrie - en landschapspark, waar cultuur, recreatie, industriële bedrijvigheid, tuinbouw en wonen samengaan. De oude mijngebouwen dienen als kantoorruimte voor high tec bedrijven, op het terrein van de mijn is een nieuwe woonwijk verrezen, een druk bezocht restaurant annex hotel ingericht, een botanische tuin, amphitheater, een liefdespaleis, een centrum voor videokunst en ik vergeet beslist nog van alles.  Zondagochtend elf uur, gewoon door het jaar, niets bijzonders, en het was er een enorme drukte van fietsers, wandelaars en andere dagjesmensen. Wat gaan we in Groningen met de Suikerfabrieken doen?




Het stadion van Schalke 04 mag niet missen.


Helaas heb ik geen foto van de gegrilde lever in HET volksrestaurant van Gladbeck - der Jammerkrug. Een tent waar Serviërs, Montenegrijnen en Kroaten elkaar eens een keer niet de koppen inslaan, maar een menukaart produceren hiervandaan tot Enschede (met dank aan de snee van Doris Day).






Leestafel 9



Ik lig hopeloos achterloos. Een paar weken geleden vielen me een aantal velletjes machinegetypte (?) gedichten van Marina Tsvetajeva in handen. Ooit (1990) heb ik die in Moskou gekregen van Anna Wartanjants, onze docente Russische literatuur aan het Marchi-instituut. Wat een weemoed stijgt op niet alleen uit het gedicht, maar ook uit dit velletje vergeeld papier. Het liep tegen het einde van de tijd dat in de stervende Sovjet Unie gedichten nog van hand tot hand gingen. Mensen leerden ze uit het hoofd, gedachten - helder, vakkundig en met scherpe verbeelding geformuleerd - waren schijnbaar iets waardevols. Dichter zijn was een roeping!


Eenzelfde weemoed spreekt uit de herinneringen van Tsvetajeva zelf, uitgegeven in één van de ontroerendste Privé-domein uitgaves die ik ken.  


Ik weet niet meer hoe ik er doorheen gekomen ben. Juffrouw Lina is niet de meest eenvoudige naturalistische roman. Aan het verhaal c.q. complot ligt het niet. Tsjechov zou er in een paar bladzijden beter raad mee weten. Bovendien is het onderwerp van de nerveuze vrouwspersoon die een rommeltje van haar leven maakt in andere naturalistische romans beter verwoord. Maar het is vooral de taal die alles zo onecht maakt. Daardoor krijg ik niet echt vat op de personages, gaan ze niet voor me leven. Ludovicus van Omswinkels breeeje opvattingen vond ik dan toch veel boeiender. Want iemand die Ludovicus heet en doodarm sterft, kijk, dat prikkelt!


Grip kreeg ik cadeau. Ik moest vaker aan naturalistische auteurs denken, die zich ook altijd zulke moeite getroosten de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt uitputtend te beschrijven. In een roman die o.a. over alpinisme gaat is dat vanzelfsprekend ook niet verwonderlijk. Toch waren het juist die breedvoerige beschrijvingen van landschappen die me tot halverwege het verhaal in de weg zaten. Ik was toch meer geïnteresseerd wie nou met wie en waarom en dat soort dingen. Maar toen gingen de personages dan toch voor me leven. Zo zeer zelfs dat ik het einde helaas een beetje als een teleurstelling ervoer.



Een roman als een vuistslag, dat kan dit verhaal over drie generaties in het na-oorlogse Duitsland worden. Ik ben nog niet al te ver. Maar al in de eerste twintig pagina's zie je je als lezer geconfronteerd met conflicten die je meteen op scherp stellen. Een veertigjarige nazi keert terug uit Russische krijgsgevangenschap, hij is uitgewoond, ziet hoe zijn Duitsland de joodse kloten op is gegaan en is zelf aan het einde van zijn krachten. Zo lijkt het! In zijn zak draagt hij een geladen pistool. Thuis blijkt zijn zus al jaren met zijn vrouw en kinderen samen te leven. Zus en broer haten elkaar. De zus heeft een verhouding met zijn vrouw. Zijn vrouw heeft een derde kind, waarvan de thuiskomer vermoedt dat het niet het zijne is. Niemand vraagt hem binnen, hij betrekt een bankje in het parkje voor de 'Mietskazerne.' Hij wacht. Zijn oudste zoon, net twintig, de enige die blij is met zijn komst, speelt de go between.

Franka Potente en Oskar Roehler
Berlijn 2006
persconferentie Elementarteilchen

Oskar Roehler is filmscriptschrijver en regisseur (o.a. Elementarteilchen). Dat merk je aan de roman die veel autobiografische trekjes vertoont. Roehler 'kommt gleich zur Sache!' Hij doet dat nietsontziend. 'Kindheit als Martyrium' kopte indertijd de Süddeutsche.  Wanneer dit zo nog een vijfhonderd pagina's doorgaat, dan...? 
  

zaterdag 28 juli 2012

Hongerige Wolf festival


Muziek, theater, dans, beeldende kunst, eten, drinken, gezelligheid, schitterende lokatie, namelijk het gehucht Hongerige Wolf zelf.


Sanne van Adel en Ruth Weites
initiatiefnemers
openen het festival

De muziekprogrammering was verrassend sterk: voor mij waren de namen allemaal nieuw: Sara Bonne (met zere keel), de Groninger Sexton Creeps (creepy veelzijdig en goed) en 3rd Floor Magic (vakkundig doortimmerde en vooral gevariëerde Shaftfunk, hiphoprock, R&B en reggae).

Slecht weer voorspellingen of
opening Olympische spelen?
De muziekprogrammering had veel meer publiek verdiend.

Toetje op de taart was voor het weggaan Port of Call in de Loods (inderdaad: tussen mieren, muizen, gereedschap, onzichtbare beeldende kunst en een voortdurend in de nacht voorbij knetterende, ploffende en sputterende tractor, die volgens singer songwriter Pieter van Vliet alleen tractor genoemd wordt in streken waar ze geen tractors hebben; anders heet zo'n ding een trekker). Met een stemgeluid dat vaak aan Tim Buckley deed denken wist van Vliet het publiek letterlijk en figuurlijk aan zijn voeten te krijgen en in te spinnen. Éen van de beste one man bands die ik in mijn niet zo korte leven gehoord heb.



Theater, De luie Honden. Hoe zou Daniel Lohues dat zeggen? Da' wee'k zo net nog nie.
De voorstelling was ronduit niet goed. Het stuk was voor Hongerige Wolf geschreven. Het was een lui stuk!  



Het festival duurt nog vandaag en morgen (vanaf 11 uur tot diep in de nacht).

woensdag 25 juli 2012

Essen

Essen Centrum - Berliner Platz

Afgelopen weekeinde hebben we een kort bezoek gebracht aan het Ruhrgebied. Het was geruststellend om te zien en te ervaren dat deze regio met maar liefst zestien miljoen inwoners - nog altijd het hart van de zware industrie in Duitsland - zo groen is als ik het mij uit mijn kindertijd in Kerkrade herinner. De Oostelijke Mijnstreek is qua uiterlijk en mentaliteit in feite een uitloper van deze fascinerende smeltkroe. Hoewel Essen een van de weinige steden is die ik nooit bezocht heb, voelde ik me er meteen thuis. Voor de gezelligheid moet je overigens ten zuiden van het station zijn - een beetje de atmosfeer van de Prenzlauerberg in Berlijn. Het centrum - vooral het winkelgedeelte - is spuuglelijke na-oorlogse onzinbouw. Hier zijn enkele impressies van de fietstocht op zaterdag. 

Folkwang Musik Hochschule


Ons hotel lag vlak tegen het centrum aan op het oude terrein van de Krupps fabrieken. Qua oppervlakte namen de fabrieken 28 meer grond in beslag dan het hele stadscentrum. De wandeling naar de Berliner Platz was nog geen tien minuten en voerde ons langs het conservatorium en het Colloseum Theater.

De oude spoorbrug van Krupp
leidt nu naar de parkeergarage van Ikea

Zeven jaar Rolduc
maar geloven, ho maar!
Aartsbisschop Hengsbach.

Das Deutschlandhaus
een van markantste gebouwen in het centrum.
Het herbergt tegenwoordig o.a. een Chinees restaurant.

De mijn Zollverein met zijn gigantische Kokerei
staat op de Unescolijst van wereldmonumenten

Das Sonnenrad met op de voorgrond de ovens
van de kokerei

Freibad in de Zollverein
gebouwd uit twee zeecontainers

De fietstocht leidde ons vanuit het station naar de mijnkolonie Katernberg. Onderweg bezochten we de Zeche (Mijn) Zollverein (dateert al van ergens rond 1845) en de kokerei. Van Katernberg zijn we naar de Margarethenhöhe gefietst, een modelwoonwijk geschonken door mevrouw Margarethe Krupp. Verrassend dat we onderweg ook nog een villa tegenkwamen die gebouwd is door Klaus Hundertwasser (een vloek bij de goegemeente van Salzburg, omdat hij aldaar gouden tranen heeft aangebracht op de gevel van het Rupertinum).

Het Hundertwasserhuis

Margarethehöhe

Edekawarenhuis op Margarethenhöhe








vrijdag 13 juli 2012

Dochters van Zahir in de Veilige Veste


De kantine van het voormalige politiebureau van Leeuwarden was vroeger een cellencomplex. Voor de kleine, maar o zo ontroerende voorstelling Dochters van Zahir diende deze kantine van Fier Fryslân tot speelvlak van het levensverhaal van negen met de dood bedreigde meisjes.

Vooral niet gaan acteren moet regisseur Frederique de Vries - derdejaars student docenttheater aan de NHL- gedacht hebben. Een gelukkige keuze. De setting van de besloten voorstelling was klein, direct, ontwapend en echt. Ondanks de traumatische ervaringen die de meisjes ondergaan hebben, sprak uit hun spel vooral een wil om door te gaan, voor je eigen leven te kiezen, je dromen na te jagen, hoe bescheiden die ook zijn: met mijn zusje leven, een mooi klein huis, een baan, mijn opleiding afmaken of hoofd-inspecteur bij de politie worden.


De voorstelling draaide om twee verhalen over eergerelateerd geweld. Twee zusjes wier moeder overleden is, worden ondergebracht bij een oom. Zij zijn het schuld dat hun moeder dood is - 'zo werkt dat in onze cultuur' - en worden behandeld als grof vuil. Het tweede verhaal is dat van een zestien jarig meisje dat wordt uitgehuwelijkt. Tot haar grote opluchting ziet ze dat ze haar neefje met wie ze moet trouwen aardig vindt. De twee vrijen met elkaar voor het trouwen, maar kunnen - door verraad - na de huwelijksnacht niet het met bloed bevlekte laken tonen. De jongen krijgt opdracht het meisje te doden. Het meisje vlucht.  

De gebruikte theatrale middelen zijn miniem. Wanneer de meisjes een mannenrol spelen gaat er simpelweg een stukje zwarte tape onder de neus. Die stukjes tape zitten - voor iedereen zichtbaar - vastgeplakt op de ronding van de hier beneden afgebeelde rode zitting. Gewoon laten zien wie je bent en wat je doet in het stuk: het werkt heel eenvoudig en daardoor direct. Tranen stonden na drie kwartier in mijn ogen.  

zaterdag 7 juli 2012

Gevelsteenlegging H.N. Werkman



Gisteren had eigenlijk de legging - nee, niet die abjecte vrouwenkuitkousbroek - van de nieuwe gevelsteen moeten plaatsvinden bij het pand aan de Pelsterstraat in Groningen waar Werkman in 1912 (ja, ja, 100 honderd jaar geleden, en ook nog eens in juli) zijn nieuwe drukkerij huisvestte. De nieuwe gevelsteen was helaas nog niet gereed - technische redenen werden daarvoor opgegeven. Maar de oude gevelsteen met daarop de initialen H.N.W. en J(antje) C(remers) had een opknapbeurt gehad en die kon dus gelukkig wel onthuld worden. E.e.a. was op initiatief van Douwe van der Bijl en Doeke Sijens (beide van de O.B. Groningen), Stad en Lande en antiquariaat Berger en de Vries, alwaar net als in de O.B. een kleine, maar interessante expositie is ingericht over de drukkersjaren van Werkman.

vlnr: Hans Kaldeway, Hans de Wolf, Michiel de Vries,
Jo Willems


Een half uur later brachten Hans Kaldeway, Michiel de Vries en Hans de Wolf in de O.B. twee stukken uit Ontstaan in grote nood (opera over de laatste vijf levensjaren van Werkman van Gerard Ammerlaan en Jo Willems; 1995) ten gehore. Het Dagblad van het Noorden maakte in een klein artikel gewag van 'mini-waardering voor Werkman.' Groningen is nog altijd niet klaar voor een oorspronkelijk kunstenaar als Werkman.   

dinsdag 3 juli 2012

Asbijzetting Gerard Ammerlaan

Vanmorgen om 11 uur is de as van Gerard Ammerlaan bijgezet op het kerkhof van Noorddijk. Rond september wordt op deze plek een kunstwerk geplaatst.



Vrijdag a.s. om 16.00 is de eerste steenlegging van H.N. Werkman - zie vorige bericht -. Rond 16.30 worden in de Openbare Bibliotheek van de stad Groningen twee aria's uit Ontstaan in grote nood (1995) ten gehore gebracht door Michiel de Vries en Hans de Wolf. Hans Kaldeway is de pianist.