zondag 29 juli 2012

Leestafel 9



Ik lig hopeloos achterloos. Een paar weken geleden vielen me een aantal velletjes machinegetypte (?) gedichten van Marina Tsvetajeva in handen. Ooit (1990) heb ik die in Moskou gekregen van Anna Wartanjants, onze docente Russische literatuur aan het Marchi-instituut. Wat een weemoed stijgt op niet alleen uit het gedicht, maar ook uit dit velletje vergeeld papier. Het liep tegen het einde van de tijd dat in de stervende Sovjet Unie gedichten nog van hand tot hand gingen. Mensen leerden ze uit het hoofd, gedachten - helder, vakkundig en met scherpe verbeelding geformuleerd - waren schijnbaar iets waardevols. Dichter zijn was een roeping!


Eenzelfde weemoed spreekt uit de herinneringen van Tsvetajeva zelf, uitgegeven in één van de ontroerendste Privé-domein uitgaves die ik ken.  


Ik weet niet meer hoe ik er doorheen gekomen ben. Juffrouw Lina is niet de meest eenvoudige naturalistische roman. Aan het verhaal c.q. complot ligt het niet. Tsjechov zou er in een paar bladzijden beter raad mee weten. Bovendien is het onderwerp van de nerveuze vrouwspersoon die een rommeltje van haar leven maakt in andere naturalistische romans beter verwoord. Maar het is vooral de taal die alles zo onecht maakt. Daardoor krijg ik niet echt vat op de personages, gaan ze niet voor me leven. Ludovicus van Omswinkels breeeje opvattingen vond ik dan toch veel boeiender. Want iemand die Ludovicus heet en doodarm sterft, kijk, dat prikkelt!


Grip kreeg ik cadeau. Ik moest vaker aan naturalistische auteurs denken, die zich ook altijd zulke moeite getroosten de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt uitputtend te beschrijven. In een roman die o.a. over alpinisme gaat is dat vanzelfsprekend ook niet verwonderlijk. Toch waren het juist die breedvoerige beschrijvingen van landschappen die me tot halverwege het verhaal in de weg zaten. Ik was toch meer geïnteresseerd wie nou met wie en waarom en dat soort dingen. Maar toen gingen de personages dan toch voor me leven. Zo zeer zelfs dat ik het einde helaas een beetje als een teleurstelling ervoer.



Een roman als een vuistslag, dat kan dit verhaal over drie generaties in het na-oorlogse Duitsland worden. Ik ben nog niet al te ver. Maar al in de eerste twintig pagina's zie je je als lezer geconfronteerd met conflicten die je meteen op scherp stellen. Een veertigjarige nazi keert terug uit Russische krijgsgevangenschap, hij is uitgewoond, ziet hoe zijn Duitsland de joodse kloten op is gegaan en is zelf aan het einde van zijn krachten. Zo lijkt het! In zijn zak draagt hij een geladen pistool. Thuis blijkt zijn zus al jaren met zijn vrouw en kinderen samen te leven. Zus en broer haten elkaar. De zus heeft een verhouding met zijn vrouw. Zijn vrouw heeft een derde kind, waarvan de thuiskomer vermoedt dat het niet het zijne is. Niemand vraagt hem binnen, hij betrekt een bankje in het parkje voor de 'Mietskazerne.' Hij wacht. Zijn oudste zoon, net twintig, de enige die blij is met zijn komst, speelt de go between.

Franka Potente en Oskar Roehler
Berlijn 2006
persconferentie Elementarteilchen

Oskar Roehler is filmscriptschrijver en regisseur (o.a. Elementarteilchen). Dat merk je aan de roman die veel autobiografische trekjes vertoont. Roehler 'kommt gleich zur Sache!' Hij doet dat nietsontziend. 'Kindheit als Martyrium' kopte indertijd de Süddeutsche.  Wanneer dit zo nog een vijfhonderd pagina's doorgaat, dan...? 
  

Geen opmerkingen: