Follow by Email

vrijdag 9 juni 2017

Subroto Roy Chowdhury in Berlijn overleden



In haast, want ik sta op het punt van vertrek:

Gisteren belde Tasneem Kahn ons met het bericht dat Subroto Roy Chowdhury op 22 mei in Berlijn overleden is aan een klaplong. Subroto was een van de grote sitarspelers uit Kolkatta. Ik heb in een tijdsbestek van rond de tien jaar veel concerten met hem gedaan, deels als concertorganisator deels als zijn agent in Nederland. Het meest memorabele concert gaf hij in Oostum met een opzwepende vertolking van de moessonrag Yaman.

Suborto logeerde vaak bij ons op de Zagerij in Groningen, soms met zijn vrouw Umma en dochter Sohini. Het huis veranderde dan op slag in een Indisch verblijf. Door hem hebben we Tasneem Khan leren kennen. Ook hebben mijn liefje Marleen en ik drie weken bij hem in 1993 doorgebracht in Kolkatta, aan de Canal Street - een straat die geen enkele taxichauffeur kan vinden, wanneer je hem niet in zijn oren toetert dat de straat bij het Molaligebouw ligt in Entaly. In 1996 ben ik met Jan Bouwman een dikke week bij hem geweest. Jan heeft daar veel foto's van hem en Sohini genomen. Ik ga die nog opzoeken in mijn archief om ze op mijn blog te plaatsen.
Subroto betekende voor mij een verdieping in mijn liefde voor Indiase klassieke muziek. We hebben elkaar uit het oog verloren, zoals dat gaat. Concerten in Nederland gaf hij niet meer. Wel in Duitsland (in totaal zijn dat daar meer dan duizend geweest). Maar helaas nooit dichtbij. Het bericht van zijn dood komt als een verrassing en eerlijk gezegd ook een beetje als een schok. 

Marleen and I wish Umma, Sohini, Sudipto and Rishi love and strength in these sad times.


Ik voeg hier beneden nog het obituary toe, dat ik in de Telegraph India vond.

May 29: Subroto Roy Chowdhury, the sitar player who could form a bridge between Indian and western traditions, passed away on May 22 in Berlin. He was 75.

Born in Calcutta in 1942, Roy Chowdhury started learning sitar at the age of 14 under the guidance of Nirmal Chakraborty.
His music training under the ancient Vedic traditions and his missionary schooling struck a unified chord in his psyche. Not a fusion in its commonly used sense but a true union of Vedic philosophies and western reasoning. This remained the pre-dominant tone in his music.

Roy Chowdhury took a few steps back to the more classical age of Indian music. He came into close contact with great teachers of yester-years like Pandit Birendra Kishore Roy Chowdhury and Ustad Hafiz Ali Khan.
Under the influence of Birendra Kishore, the alap and jod became Roy Chowdhury's personal favourites. Alap and jod are slow meditative raag elaborations, and this shows how Roy Chowdhury was walking away from the music that was in vogue in his time.

Eventually, Roy Chowdhury became a "ganda bandhan" shagird of Ustad Aminuddin Khan Dagar, the famous Dhrupad singer. Later, he received training from greats like Pdt Radhika Mohan Maitra and briefly from Pdt Bimal Mukherjee.
Subroto's music resembled 19th century sitar traditions. Smooth Veena Meend Ang and Rababi bol banis were his forte.
After performing in Calcutta and winning several awards, Roy Chowdhury set foot in Europe. The 1970s saw him performing in several radio stations of England, France, Belgium, Switzerland and Germany.
He was the first Indian sitar player after Pdt Ravi Shankar to play in Germany. His first album was released by India Archive Music. Roy Chowdhury was the first Indian to be appointed a guest professor in the World Music Department of Berlin University. He was invited to quite a few jazz festivals and performed with the great soprano saxophonist Steve Lacey. His fusion album, Exploration, is popular till date.

Roy Chowdhury worked with students at studios in Calcutta, New York and Berlin. The Subroto School of Music attracted students from all over the world. His book, The Sound of Sitar, was published by Thema.

Roy Chowdhury is survived by his wife Uma, daughter Sohini, son-in-law Sudipto and grandson Rishi.


maandag 5 juni 2017



Muziekgezelschap De Eendracht - Ezinge (201 jaar oud) speelde op 3 juni 2017 in Feerwerd in de schuur van Hans voor een uitverkocht huis een concert met trompetvirtuoos Erik Vloeimans. Dennis Uijen maakte met zijn mobiel deze opname van Cab Calloway's Minnie the Moocher. Met een sterrol - naast Erik Vloeimans - voor onze percussioniste Jozefien Dijkstra.
 'Wat speel jij dan?' vroeg presentatrice Rika Dijkstra (geen familie) haar?
 'Die koebel bij Oyo como va - dat was ik', antwoordde Jozefien.

Tijdens de repetitie

Selfie Jozefien Dijkstra
met Erik Vloeimans

Komend weekeinde speelt een groot deel van De Eendracht tijdens Jazz te Gast in Zuidhorn met meesterimprovisator op de trompet Dave Douglas. Samen met het Noordpoolorkest van Reinout Douma.




vrijdag 2 juni 2017

Rolduc Revisited 2

Wanneer ik dan eenmaal zo ver reis om Wiel Kusters met zijn zeventigste te feliciteren, dan bezoek ik ook maar gelijk familie in het zuiden en strijk ik neer op de plek waar ik zeven jaar op school gezeten heb- niet één keer misbruikt. Ik ben hoogstwaarschijnlijk te lelijk of van te lage komaf. Hoe dan ook, het seminarie Rolduc was erg streng. Maar het schoolterrein zo gigantisch immens - behalve de lesgebouwen zelf hoorde er ook nog een compleet bos, sportcomplex, vier terrasvijvers, een theater en een kerkhof bij - dat van handhaving nauwelijks sprake kon zijn. 

De cour waar we een balletje trapten
of elkaar. En hasjiesj rookten.

Zo zag de kerk er in mijn tijd nog niet uit.
Het gebeente in de crypte van de kerk van Rolduc bleek later niet van de stichter van de abdij te kunnen zijn: de Heilige Ailbrechtus. Wat de crypte uit begin dertiende eeuw echter niet minder mooi maakt.
Een stuk of wat oud-leraren ligt op Rolduc begraven. Vic Hermens heb ik echter pas op 
de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat leren kennen als een minzaam, maar zwaar door de oorlog beschadigd filosoof. Hij vroeg mij op het tentamen logica om hem iets te vertellen over 'het begrip.' Ik ging aan de praat en na een kwartier was ik werkelijk uitgeput. Hermens keek me een beetje meewarig aan en herhaalde de vraag hem iets over 'het begrip' te vertellen. Ik kon nog een vijf minuten uit mijn hersens persen en viel toen voorgoed stil. Na een minuut contemplatie zei Hermens: 'U praat de hele tijd over "termen."' Hij pakte het tentamenbriefje, kalkte daar een 6- op en ik kon gaan.



Vanaf Klein-Rolduc leidt tegenwoordig een nieuw pad door het bos omlaag naar Herzogenrath. Wij namen tijdens de lange middagpauzes de weg naar Haanrade om vandaar de grens over naar het station van Herzogenrath te lopen. Daar aten we dan een 'Brühe'  van het een of ander vlees. De restauratie was zo ouderwets dat je elk moment verwachtte dat mevrouw Karenina onder een stoomlocomotief zou lopen. Maar de uitbater herinnerde je met zijn dichtgenaaid rechteroog eraan dat er sinds die tijd al menig oorlog had plaatsgevonden. De eerste keer dat we bij hem neerstreken, bleek niemand van ons Duits geld bij zich te hebben. Of hij ook Nederlands geld aannam? 'Wenn sie welches haben!

Rolduc kent tegenwoordig ook zijn eigen wijngaard: Regent.




Wiel Kusters 70 - Cossee geeft zijn verzamelde gedichten uit.


Om Wiel Kusters te feliciteren en meteen zijn verzamelde gedichten aan te schaffen ben ik naar Maastricht gereisd voor de feestelijke presentatie in Boekhandel de Tribune. We hebben elkaar even de hand mogen schudden. Maar het was er zo druk - en zeer terecht - dat er afgezien van van harte gewenste felicitaties er nauwelijks sprake kon zijn van zinnig een woord wisselen. 
Schoolstraat Spekholzerheide

Wiel Kusters is niet ver van mij opgegroeid in de Schoolstraat van Spekholzerheide. Spekholzerheide, het mijnwerkersdorp dat Nescio in Dichtertje in één adem noemt met Surhuisterverveen. Wiel Kusters is net als ik een mijnwerkerszoon, Maar daar houdt de vergelijking op. Kusters is dichter en wetenschapper. Wie zijn Bewaarmachine beluistert op het bijgevoegde plaatje hoort een dichter met een voor mij typische zuidelijk stemgeluid. Een geluid wat me dierbaar is, dat me vertelt van mededogen met de schepping. Maar dat ik zelf ontbeer. Zie de foto hier beneden van het station in Spekholzerheide: dat is meer wat mij restte van de mijnstreek. Hoewel ik hoop iets meer humor te hebben.


Ik hou van Kusters werk, omdat het zich kenmerkt door wat onze arme aarde - en daarmee ook mijn eigen werk - zo vaak ontberen moet: een zacht stemgeluid. Een geluid dat gehoord moet blijven, een geluid dat niet mag verstommen. Een geluid dat je eraan herinnert waar dichtkunst over gaat: precisie in observatie, zeggingskracht in een vorm die past, de betovering van taal. 
     

vrijdag 5 mei 2017

Adres onbekend - staande ovatie in Delamar

Adres onbekend kruipt elke voorstelling weer onder de huid bij het publiek. De staande ovatie na afloop in Delamar Amsterdam was blijkbaar niet voldoende. Toen Hans Croiset en Hans van Veggel na afloop het afgeladen Grand Café van het theater binnenkwamen, klaterde spontaan hernieuwd het applaus op hen neer. Op deze plek nog onze dank (van Betsy, Martin en mij) aan de technici: Chris die een levensecht geluid neerlegde en Mark Bouma als toneelmeester.   

met Hans Croiset, Betsy Torenbos, Hans van Veggel
voor aanvang voorstelling

Na afloop met Chris ?? (geluid)
Martin Lambeek, Betsy Torenbos
en Mark Bouma (Toneelmeester)
Helaas nog geen foto in bezit van Heleen Hulst
in Delamar; daarom hier met
Frank Schermer Voest van Floralis Lisse.




dinsdag 2 mei 2017

Adres Onbekend - fotoimpressie van Sake Elzinga

Adres onbekend van Kathrine Kressmann Taylor is op 28 april 2017 in De Nieuwe Kolk in Assen in première gegaan. Deze aangrijpende voorstelling speelde gisteren, 1 mei, in theater Floralis in Lisse voor een bijna uitverkocht huis. Na de Chaconne van Bach (vioolpartita nr. 2), gespeeld door Heleen Hulst, bleef het een tijdje muisstil voordat het applaus neerklaterde. Er is nog één mogelijkheid het stuk te zien: komende donderdag in het Delamar Theater in Amsterdam. Hier beneden volgt een impressie van Sake Elzinga tijdens de fotogenerale van afgelopen donderdag.

Heleen Hulst, Hans van Veggel, Hans Croiset
Heleen Hulst
Hans Croiset
Hans van Veggel
Hans van Veggel, Hans Croiset
Met Betsy Torenbos: notes


zondag 30 april 2017

Mensen die ik gekend heb - herneming

Alina Kiers, Ben Smit, Betsy Torenbos

Adres Onbekend gaat morgen 1 mei 2017 in Theater Floralis. De p1remière afgelopen vrijdag in De Nieuwe Kolk mocht er zijn. Indrukwekkend is wat we van toeschouwers hoorden.
Gisteren hadden we alweer een uitgebreid overleg over de herneming van Mensen die ik gekend heb naar de verhalen van Jan Fabricius. Het was een blij weerzien bij ROODPALEIS op zolder in De Nieuwe Kolk. Wordt vervolgd. Ik moet me nu haasten voor de matinee in DNO Amsterdam van Hondenhart van Raskatov.

dinsdag 25 april 2017

MDIGH - een persoonlijke herinnering


Komende zaterdag, tussen de voorstellingen van Adres Onbekend, hebben we (Betsy Torenbos en ik) voor de herneming later dit jaar de eerste repetitie van Mensen die ik gekend heb bij ons (ROODPALEIS) op Zolder. Een weerzien met Alina Kiers en Ben Smit. En natuurlijk met Jan Fabricius. Bij het doorbladeren van oudere aantekeningen voor het stuk kwam ik een verslag tegen dat verhaalt van een voorstelling op locatie in een verpleeghuis in X. die ik samen met Betsy bezocht. De namen heb ik veranderd vanwege het persoonlijke karakter van het verhaalde. 


Één van de spreeksters bij de voorstelling Met het badwater was Noortje Dies. Ze had de ondankbare taak in een slecht opgezet locatieproject te dicht op de huid van het publiek (nog geen handvol mensen) te moeten spelen in een rol en situatie die weinig geloofwaardig waren. Je zag te zeer hoe hard ze moest werken, wat jammer was en wat mij wat ongemakkelijk maakte. 
Ik was blij toen we op de kamer van mevrouw Liefje kwamen en Noor moest spelen dat zij even niet goed werd. Ze liet mij alleen met mevrouw Liefje. Ik had toen nog een tiental minuten met deze aardige bewoonster van GOEDE ZORG, waarin ik haar naar haar levensgeschiedenis kon vragen. Mevrouw Liefje was in GOEDE ZORG beland nadat haar man een hersenbloeding had gekregen. Ze had met hem een paar jaren op een echtparenkamer gewoond. Totdat hij vijf jaar geleden stierf en zij beslissen moest of ze naar huis wilde – wat niet meer bestond – of blijven en verkassen naar een kleinere ruimte met mooi uitzicht op het park. 'Mooi', zei ze, 'maar ook op het zuidwesten. ’s Zomers is het hier niet uit te houden.' Ik keek omhoog en zag de aftandse markiezen die maar weinig soelaas boden. 
Tijdens ons gesprek moest ik voortdurend aan mamma denken toen zij van De Plataan in Heerlen verhuisd was naar het opvangkamertje in Hoog Anstel. 
Jong, dat tsummersje’, verzuchtte ze en ze keek daar heel treurig bij. Ik weet zeker dat ze ’s avonds huilend in slaap viel, terwijl het in haar moede hoofd maar door bleef nozelen: ‘Herrejutje, koom miech hoale. Loss miech noar d’r Wiel en de mam joa.’ 

Toen ik weggehaald werd bij mevrouw Liefje zei ze: ‘Kom nog eens langs.’ 
Ik knikte en beloofde het. 
Waarop ze zei: ‘Of doe toch maar niet. Het is hier niet leuk!’